Nee, ik hou niet van mijn moeder…

 

Tja, het is wat het is. Gevoelens kan je niet dwingen en liefde kan je niet kopen.

Nu ik volwassen ben en zelf een tienerdochter heb bekijk ik de dingen vanuit een ander perspectief.

Vroeger durfde ik niet echt praten over mijn gevoelens voor mijn moeder. Als kind behoor je je moeder graag te zien, haar te respecteren en, laat ons het belangrijkste niet vergeten,…..over de doden niks dan goeds. Toch?

Nu, meer dan 20 jaar na de dood van mijn moeder kan ik over haar praten op een rationele manier. Mensen reageren vaak geschokt of misnoegd als ik zeg dat ik mijn moeder niet mis. Want ja, dat hoor je toch niet te zeggen. Helaas voor die mensen ben ik iemand die steeds rechtoe rechtaan is en what you see is what you get. De dingen des levens zijn vaak niet mooi. En ik ben geen fan van de mantel der liefde of de fluwelen handschoenen. Daar heeft niemand wat aan.

Het nadenken over mijn relatie met mijn moeder is met de jaren toegenomen.

Door omstandigheden en meer dan ooit tijdens mijn opleiding tot Rouw- en Verliesconsulent ben ik zelf meer gaan nadenken over relaties, correlaties, verhoudingen tussen mezelf en mijn familie en vrienden. Ik had bij alles en iedereen wel een emotie. Behalve bij mijn moeder. Wanneer ik aan mijn moeder denk dan voel ik nul emotie. Niks. Geen boosheid, geen woede, geen verdriet…Alleen veel feiten. Feiten, die ik nu, met de kennis en de levenswijsheid die ik in de loop der jaren vergaarde, beter kan analyseren. Ik kom tot vaststellingen, tot conclusies maar niet tot emoties.

Ik heb een niet onbewogen leven achter de rug. Maar daarover later meer. Ik krijg, mede door de aandoening van mijn dochter, al eens een psycholoog, psychiater, -eut of -ist voor mijn neus. De meesten geven er na één keer de brui aan omdat ze mijn levensverhaal niet kunnen bevatten. Ze schuifelen ongemakkelijk over hun zetel of stoel. Ze schrijven. Ze schrijven veel. Wat, dat weet ik niet. Maar ze schrijven.

Geen enkele “professional” heeft iets nuttig te vertellen als ik zeg dat ik mijn moeder nog geen dag gemist heb sinds de dag dat ze dood is. Allicht stond dat niet in de opleiding arts en bij uitbreiding psycholoog, psychiater of therapeut.

Het moet ook gezegd dat ik met enig scepticisme naar alweer een nieuwe zielenknijper vertrek. Want ofwel krijg ik een pas afgestudeerde psy voor mijn neus die nog niet veel meer heeft meegemaakt dan een geschaafde knie tijdens een scouts activiteitendag. Of krijg ik te maken met een uitgebluste psychiater die ik bijna zelf een arm om de schouder sla omdat de man er zo ongelukkig en mistroostig uitziet.

Maar bon, genoeg over mislukte psychologische reddingsoperaties.

De relatie met mijn moeder. Dat was nogal wat. Of was het niks? Achteraf bekeken was het niks.

Mijn moeder, best te vergelijken met de Vlaamse Hyacinth Bucket, was de verpersoonlijking van de moederlijke en huishoudelijke perfectie. Ik verdenk er haar zelfs van om “ Ons Kookboek” geschreven te hebben. Het kan bijna niet anders. Ze bakte, kookte, roerde, pluimde, ontbeende en roosterde dat het een lieve lust was. Ze naaide kleding, las het Rijk der Vrouw, zorgde ervoor dat er elke dag vers eten op tafel stond, boende het huis op een meer dan fanatieke manier, bracht me naar school als het regende, kocht alles wat ik nodig had en bejubelde me allicht bij anderen.

Ze was een graag geziene vrouw met veel vriendinnen. Niemand had een slecht woord over mijn moeder te zeggen. Voor zover ik weet toch niet. Let wel, ik kom uit een katholiek dorpje in Oost-Vlaanderen waar de tijd volgens mij nog steeds blijft stille staan. Dus eigenlijk weet je nooit wat er echt over wie gezegd wordt…

Mijn moeder, als ze niet in het huis of in de tuin bezig was, ging vaak op stap naar de grotere steden waar ze dan een lading merkkleding kocht en allicht verantwoordelijk was voor de jaarlijkse omzetstijging bij Delvaux. Koop Belgisch moest ze toen ook al gedacht hebben.

Mijn moeder was getrouwd. Met mijn vader. Voor de buitenwereld het ideale paar. Mijn moeder vlot en sociaal en dwingend. Mijn vader volgend, gemoedelijk en hondstrouw. Of dat dacht ik toch. Daarover later meer. Alweer.

Mijn moeder en mijn vader die hadden een kind. Eentje. Ongelukkiglijk genoeg was ik dat.

Als kind was ik een teruggetrokken maar niet ongelukkig meisje. Als tiener was ik diep ongelukkig. Ongelukkig maar geen rebel. Ruzie maken zit niet in mijn aard en dus liet ik alles en iedereen maar begaan.

Zoals ik al zei was mijn moeder voor de buitenwereld het schoolvoorbeeld van de perfecte moeder en huismoeder. Voor mij was ze een noodzakelijk kwaad waar ik helaas aan vast zat tot ik 18 zou zijn.

Mijn moeder kon niet met het begrip moederliefde om. Of misschien wist ze gewoon niet wat het was of wat ze er mee moest. Ze kan het niet van thuis meegekregen hebben. Mijn grootouders waren ook niet bepaald van het liefkozende soort.

Ik heb van haar nooit een oprechte knuffel of kus gekregen. Ik moest steeds alles en mocht niks. Let op, ik mocht alles als er andere mensen bij waren. En dan werd er ook al eens gestoeft over mij. Maar van mijn moeder heb ik zelf nooit een compliment mogen ontvangen.

Thuis, alleen met haar, was de hel. Het enige lichtpuntje elke dag was het uur dat mijn vader thuiskwam. Om 18h10. Elke dag kwam hij op datzelfde uur thuis van zijn werk. En mét hem kwam er liefde door de deur.

Ik was een papa’s kindje. Papa en ik, wij waren een team. Wij waren twee handen op één buik. Ik zat altijd op zijn schoot. Zelfs nog toen ik tiener was. Mijn grootmoeder, die zelf de warmte van een ijskast uitstraalde, betitelde de relatie tussen mij en mijn vader zelfs wel een enkele keer als ongepast. En misschien moesten we maar eens hulp zoeken. Daar hebben we beiden, papa en ik, eens goed om gelachen.

Papa maakt mijn kindertijd goed. Zijn warmte en liefde compenseerden de afstandelijke koelheid van mijn moeder. Hij was mijn held. Ik hield van hem. Met heel mijn hart. Dat hart heeft hij later op onnavolgbare manier in duizend stukken gebroken. Maar, dat was later. Veel later.

Ik was gewild. Door hem. Hij gaf me het gevoel dat ik het beste, mooiste en liefste kind ter wereld was. Hij was nooit boos. Nooit. Het ontbrak hem echter ook aan ruggengraat. Ruggengraat die nodig was om mij te beschermen tegen mijn moeder. Maar dat vergaf ik hem graag. Want wie wilde het ook aan de stok met mijn moeder?

Mijn moeder gaf me elke dag onrechtstreeks te verstaan dat ze eigenlijk nooit kinderen had gewild maar dat het nu zo was. En daarmee was de kous af. Er werd verder niet over gesproken. Hoewel je als kind wel voelt dat er iets schort aan de relatie met je moeder, omdat je al eens bij vriendinnetjes thuis zag dat het er helemaal anders aan toe ging, heb ik mijn lot steeds aanvaard. Ook toen ik er als tiener en twintiger zeker van was dat ik een ongewild kind was heb ik me daar zonder veel slag of stoot bij neergelegd. Niettemin bleef de onzekerheid altijd onderhuids knagen. Slechts een paar jaar geleden, toen ik al in de veertig was, heeft mijn tante mij bevestigd dat ik een ongewild kind was. Een ongelukje. En van abortus was binnen mijn katholieke familie en al zeker in die tijdsgeest geen sprake.

Mijn moeder heeft me gebroken.

Als kind werd ik geslagen, ik werd vernederd, ik was te dik , te dom, te lelijk,….Noem het maar op. Alles wat je niet tegen je kind hoort te zeggen heb ik tig keren moeten aanhoren.

Ik was een rustig kind. Vaak op mezelf. Vaak teruggetrokken in mijn kamer. Ik las veel. In boeken kon ik mezelf verliezen en meedromen in het verhaal. Het nam me even mee naar een andere wereld. Een wereld die beter was. Een wereld met liefde. En vandaag de dag lees ik nog steeds veel en graag. Het geeft me troost en een gevoel van bescherming.

Het was als tiener al dat ik besloot dat ik later, als ik het geld zou hebben, een kind zou adopteren. Een kind dat niet gewild was. Op die manier kon ik op mijn manier de circel rond maken.

Ik heb mijn kindertijd “uitgezeten”. Vanaf mijn 15e werkte ik elk weekend en elke vakantie en spaarde ik als gek om zo snel mogelijk thuis te kunnen vertrekken. Ik ben nu nog een “oppotter”. Mijn man is daar heel blij om. 😊

Toen ik 17 was vertrok ik naar het grote Brussel om te studeren. Ik behaalde met brio mijn ingangsexamen voor de Europese Commissie, een diploma kandidatuur Vertaler en een graduaat Economie – Moderne Talen.

Elke moeder zou apetrots geweest zijn op de prestaties van haar kind. Temeer daar dat kind een moeilijk humanioratijd had gehad. Ik werd gepest, ik had geen goeie cijfers en mijn moeder vond me te dom voor ASO. Maar nee, mijn moeder, zij was jaloers. Welke moeder is nu jaloers op het succes van haar kind?

Alleen al om haar te bewijzen dat ze fout was heb ik mijn diploma’s behaald. Ik studeerde af met Grote Onderscheiding. De dag na mijn afstuderen kon ik meteen beginnen werken op de plaats waar ik mijn stage had gedaan. Dat was de dag dat ik ook een appartement heb gezocht en gevonden. Dat was ook de dag dat de afscheuring van mijn moeder begon.

Ik begon te werken. Ik proefde van de vrijheid. Ik had de ene na de andere goedbetaalde job. Ik sliep vaak bij vrienden of vriendinnen en bleef in Brussel logeren. Ik proefde van de liefde, de stad, het eten, het leven…

Mijn vader werkte ook in Brussel. Met hem sprak ik vaak af om eens te gaan lunchen of een wandeling in het park te maken.

Een paar jaar later, ik was toen 24, werd mijn moeder ziek.

Ze kreeg borstkanker. Een aggressieve vorm. In die periode veranderde ze. Alsof ze voelde dat haar einde naderde en ze nog een paar dingen recht te zetten had. Ze was toen 54.  Ze stelde af en toe voor om samen een koffie te gaan drinken, ze deed mijn was, mijn strijk, er stond eten aan mijn deur tegen dat ik ’s avonds van mijn werk terugkwam….Ik wist niet wat me overkwam. Plots, op mijn 24e had ik een moeder. Eentje die “moederdingen” deed.

Ze heeft zich echter nooit geëxcuseerd voor wat ze me als kind heeft aangedaan en ontnomen. En zelfs als ze zich op één of andere manier zou geëxcuseerd hebben dan zou het me nog niet geraakt hebben. Ze kon me al lang niet meer raken. Ik had op dat moment, en waarschijnlijk onbewust al veel eerder, emotioneel afscheid genomen van haar.

Begrijp me niet verkeerd. Ik vond het heel erg en onrechtvaardig dat ze zo jong ziek werd en dat ze al snel terminaal werd verklaard. Ik vond het vreselijk. Maar dat vind ik voor iedereen die sterft of die pijn lijdt. De periode dat ze zieker en zieker werd ben ik zo vaak ik kon bij haar langsgegaan. Eten gemaakt, naast haar gezeten terwijl ze sliep of ijlde, afspraken gemaakt bij de dokters, met haar meegegaan voor controles, haar hand vastgehouden terwijl ze het vocht uit haar longen trokken…..en uiteindelijk de verpleging gevraagd of ze al het mogelijk konden doen om haar niet onnodig te laten lijden en te doen wat ze hoorden te doen wanneer het einde nabij was. Ik was niet van plan om te wachten tot God haar kwam halen. Niemand hoeft zo lang te lijden tot “die van hierboven” doorheeft dat het genoeg geweest is…

De dag dat mijn moeder stierf ben ik letterlijk volwassen geworden.

En sterk. En onoverwinnelijk. Zij, die mij al die jaren had gekleineerd, geslagen, genegeerd, was niet meer. Ze was weg.

Ik heb die dag gedaan wat ik moest doen als enig kind. Mijn vader was een hoopje ellende (daarover later ook nog meer) dus er zat niks anders op dan dat ik alles regelde qua banken, begrafenisondernemer, begrafenis, koffietafel,….Zonder de hulp van mijn tante zou het me die dag allicht niet gelukt zijn. Ik was 24. Maar nog een kind….

Na de begrafenis heb ik mijn rug gerecht en ben ik geboren. Ik, zoals ik nu ben. Sterk en zelfzeker. Hoewel het leven me niet heeft gespaard en ik nog pagina’s vol kan schrijven met mijn diepste zielenroerselen sta ik nog steeds recht. Ze heeft me niet klein gekregen.

Het is op datum van dit schrijven exact 20 jaar geleden dat mijn moeder stierf. Voor mij was dat de dag van de bevrijding. Die dag mocht ik zijn en worden wie ik echt was. Nooit meer zou ik nog door haar vernederd kunnen worden.

Ik mis haar niet.

Ik heb haar nog geen dag gemist. Ik heb wel altijd een moeder gemist. Een moeder die je raad geeft, die haar eerste kleinkind ziet, die een traan wegpinkt wanneer haar enige dochter trouwt,….Zo een moeder heb ik gemist. De mijne, nee,….die mis ik niet.

Later, tijdens mijn opleiding Rouw- en Verliesconsulent, leerde ik dat de mate van rouw gelijk staat aan de intensiteit van de band met de overledene.

Ik kan de band met mijn moeder dus allicht als onbestaande beschouwen. Mijn moeder zou naar alle waarschijnlijkheid nooit de titel “Moeder van het Jaar” gewonnen hebben. Maar onrechtstreeks heeft ze er wel voor gezorgd dat ik iemand werd die veel analyseerde en nadacht over de mens an sich. En aangezien ik iemand ben voor wie het glas steeds halfvol is en ik altijd probeer het positieve in iemand te ontdekken durf ik er vanuit te gaan dat mijn moeder helaas zelf ook gewoon een ongelukkig product van haar opvoeding was.

En dat is ok. Er staat in geen enkele wet dat je van je moeder moet houden. En dat is prima.

Ik voel me hier niet verdrietig over. Ik zie onze relatie als een verkeerd gelopen transactie of een foute aankoop. Gelukkig heeft de foute aankoop nadien toch nog iets van haar leven gemaakt.

Mijn leven is tot nu toe grimmig verlopen. En ik vraag me af in welke mate de relatie met mijn moeder invloed heeft gehad op beslissingen die ik nam of paden die ik insloeg.

Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het geen verplichting is om van je moeder te houden. En je hoeft haar ook niet te missen wanneer ze dood is.  Je kan niet iemand missen die niks voor je betekent  heeft.

En aan wie dit leest…..

Als jij een mama hebt van wie je houdt, ook al is ze niet perfect,…geniet ervan. Vertel haar dat je van haar houdt. Vertel haar wat voor een geweldige mama ze is. Want op een dag zal ze er niet meer zijn. En dan hoop ik, ondanks de pijn die je zal voelen, dat je je mama zal missen. Omdat je zo veel van haar hield. En wat is er mooier in dit universum dan houden van…..

 

Liefs,

Tessa

 

ps: Indien je nood hebt aan wat relaxerende muziek dan kan je die HIER vinden. Ik maak mijn relaxatiemuziek zelf en kom op die manier ook tot rust.

 

 

 

2 Comments
  1. Arjan 8 months ago

    Lieve Tessa. Heel mooi weergegeven. Ik voel dat er nog veel meer zit in je ‘pen’. Doen. Schrijf het van je af en deel het met ons. Liefs, Arjan

    • Author
      Tessa Desmet 8 months ago

      Bedankt Arjan! Ik heb nog heel wat van me af te schrijven. En ik vind het fijn dat jij, liefhebber des letters, mijn blogs leest…:) x

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

©2021 Hoop Na Verlies | Lovingly designed by Plush

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial

Log in with your credentials

Forgot your details?