Pesters. Wie zijn ze?

Wel, ik zou ze hier gemakkelijk bij naam kunnen noemen. Maar dat ga ik niet doen. Het zou me nochtans veel voldoening geven. Maar nee,…..Zo zijn we niet.

Ik ben nu 46. Een vrouw met zelfvertrouwen. Maar dat zelfvertrouwen is er niet zonder slag of stoot gekomen. Het is een weg waar lang aan getimmerd geweest is. Het timmerwerk gebeurde voornamelijk door mezelf maar zeker ook door mijn man en mijn vrienden. Waarvoor mijn eeuwige dankbaarheid. En dan heb ik het over de laatste 20 jaar van mijn leven.

Voor het timmerwerk was er het afbraakwerk. Of afkraakwerk. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik denk dat beide woorden wel van toepassing zijn. Of dat is toch hoe ik het heb ervaren.

We zijn allemaal een soort product van onze opvoeding.

De mengeling van onze opvoeding en ons karakter maakt ons grotendeels tot wie we zijn. Grotendeels maar niet volledig.

Ook de dingen die in ons leven gebeuren of de mensen die ons pad bewandelen kunnen ons mee vormen. Het zijn niet altijd goede of slechten dingen. Of goede of slechte personen. Ons toekomstig zijn wordt ook vaak bepaald door de keuzes die we maken. Of wat we met die goede of slechte dingen of personen doen.

Mijn weerbaarheid in dit leven is er pas gekomen toen ik in de twintig was. Boy, those were the days my friend, ….:)

De eerste grote mijlpaal

Dit was toen ik afstudeerde en begon te werken. Ik was toen 22. Het zware juk van het thuis wonen bij mijn ouders en meer specifiek bij mijn moeder was verdwenen.

Ik verdiende geld en kon alleen gaan wonen. De woorden “Het Rijk der Vrijheid” komt nu even bij me op. Dankuwel Frank Vandenbroucke om dit zaadje in ons aller hoofd geplant te hebben. Voor ons, Vlamingen, dan toch.

De tweede grote mijlpaal

Dit was de dag dat mijn moeder stierf. Die dag is mijn leven écht gestart. Je kan het waarom lezen in mijn vorige blog “Nee, ik hou niet van mijn moeder”.

Dit waren de kantelpunten in mijn leven waarop ik besefte dat ik wél iemand was. Dat ik niet dom was. Dat ik niet lelijk was. Dat ik niet dik was. Dat ik er wél toe deed.

Mijn moeder was zeker voor een groot stuk verantwoordelijk voor hoe ik me voelde. Ze heeft me nooit gewild, altijd vernederd, gekleineerd, geslagen en nooit geknuffeld. Ze had blijkbaar niet door dat dit niét de manier was om je enige kind een klein beetje eigenwaarde bij te brengen. Maar genoeg over mijn moeder. Ik heb al genoeg tijd aan haar verspild in mijn vorige blog.

De school

Tja, de school. Je had het voor mij evengoed de hel mogen noemen. Ik heb geen enkele goeie herinnering aan mijn schooltijd. Of toch heel weinig.

Mijn vroegste herinneringen zijn herinneringen uit de kleuterklas. Er zijn na al die jaren niet veel herinneringen meer over. Maar ze waren zeker niet slecht.

Ik herinner me de juffen.

Ik herinner me dat ik deel uitmaakte van een geheel. Het was een gemoedelijk dorpsschooltje. Het was de tijd dat de leerkracht nog een tik mocht uitdelen aan een kleine etterbak die een andere kleuter het leven moeilijk maakte. En daarmee was alles ook verteld en werd er terug overgegaan tot de orde van de dag. Tijdens mijn kleuterperiode voelde ik me behoorlijk goed. Ik had een achterneefje op hetzelfde schooltje zitten en ik bracht veel tijd door met hem. Ik voelde me niet anders dan de anderen.

Maar dat gevoel veranderde. Niet meteen. Maar beetje bij beetje. Dat begon toen ik naar het lager onderwijs ging. Ik kan me niet herinneren dat ik meer gepest werd dan anderen. Uiteraard liepen er, zoals op elke school, wat minder goedgemanierde ettertjes rond, maar daar maalde ik eigenlijk niet om. Ik besefte ook niet dat ik anders was.

De non met het kinhaar

Ik moest regelmatig naar “mevrouw de directrice” gaan. Lees: een vreselijke non inclusief de lange haar op haar venijnige kin. Gewoon, omdat ze wou weten waarom ik niet meespeelde met andere kinderen. Of waarom ik altijd tegen de muur stond. En of ik me te goed voelde om met andere kinderen te spelen.

Ze heeft daarvoor ook een paar keer naar mijn moeder gebeld. Ik moest maar eens een dokter gaan zien of zo want ik zag er blijkbaar niet zo happy uit en nam zelden deel aan de activiteiten.

Ze was het soort non van het venijnige soort. De film “The Nun” is allicht gebaseerd op haar.

Ik kan me vergissen.

En ze was écht van het venijnige soort. Ik herinner me nog concreet dat ze kinderen die geen goeie hygiëne hadden en bijvoorbeeld niet gewassen waren of vaak luizen hadden door alle klassen sleurde, ze vooraan op de trede zette met de mededeling dat we eens allemaal goed moesten kijken naar die vuile kinderen. Het moet voor die kinderen, die toen 10 jaar ongeveer waren, een vreselijk vernederend moment geweest zijn.

Ik weet nog dat ik tranen in mijn ogen had. Ik weet ook nog dat niemand het tegen de non opnam. Dat durfden we gewoon niet. Ik weet nog wel dat ik nadien die kinderen opzocht op de speelplaats om met hen te praten. Ik weet nog exact hoe ze eruitzagen. Ik weet nog exact wat hun naam is. Ik zal hen nooit vergeten.

Ook de non zal ik nooit vergeten. Nonnen en ik, dat gaat niet zo goed samen. Voeg daar ook nog de pastoors van onze parochie uit die tijd eraan toe, de deken van de stad (die schrikbarend veel jongere replica’s in de stad rondlopen had) waar ik het later als twintiger ooit mee aan de stok kreeg…En dan weet je meteen waarom ik me jaren later heb laten ontdopen. Maar ik wijk af….

Het ging mij er over dat een non, een directrice van een school, een voorbeeldfunctie moet hebben. Die non moet zich ontfermen over de zwakkeren en hen niet het mikpunt van spot maken. Op die manier heeft ze er zélf voor gezorgd dat die kinderen kapot gepest werden en van school moesten veranderen. Ze mag er fier op zijn. Ik hoop stiekem dat ze in het vagevuur is beland….

Dus, die non, die vond mij niet normaal en dat werd ook niet ontkend door mijn moeder. In mijn ogen was dit niét zo. Ik was een kind dat gewoon was van alleen te zijn. Enig kind. Een kind met een dominant aanwezige moeder. Ik wist niet beter. Het stoorde me niet.

In mijn ogen was het vooral waarnemen door mijn ogen. Tijdens de speeltijden stond ik vaak tegen de muur en keek naar de anderen. En observeerde. Ik had niet echt nood om mee te spelen. Ik verkoos het veilige op afstand blijven boven het risico te lopen om afgewezen te worden of geplaagd te worden. Ik was een gevoelig kind.

Die jaren in de lagere school die vooral werden gevuld door eenzaamheid werden grotendeels goedgemaakt door mijn allerbeste vriendinnetje toen. We zaten wel niet in dezelfde klas maar we deden veel samen. Als ik al speelde was het met haar. In de eetzaal was ik bij haar. We brachten veel tijd door bij elkaar thuis en gingen regelmatig samen op vakantie. We droegen soms ook dezelfde kleren. Zo ver ging die vriendschap. Dus indien je dit leest: dank je P. voor al die jaren van pure vriendschap.

In het vijfde leerjaar veranderde zij van school. En met haar verdween ook mijn enige houvast die ik had binnen de school.

Met het veranderen van school verwaterde ook de vriendschap. Zij maakte nieuwe vrienden. Ik niet.

Daar was ik niet op voorbereid. We bleven elkaar wel brieven schrijven in het begin. En we zagen elkaar soms nog.

Maar er was iets gebroken. Wat? Dat weet ik tot op heden nog altijd niet. En hoewel ik het door mijn leeftijd op dat moment nog niet echt kon benoemen weet ik nu dat ik voor de eerste keer in mijn leven door een rouwfase heen moest. Ik was haar kwijt…

Door dit verlies stond ik wankel op mijn benen.

En toen stond DE grote school voor de deur.

Je ontsnapt er niet aan. Het secundair onderwijs.

Daar was ik niet op voorbereid. Ik, plattelandsmeisje dat altijd op plattelandsschooltjes met andere plattelandskindjes had gezeten, was hier écht niet op voorbereid.

Het was een ware hel. Zes lange jaren na elkaar. Ik deed zo hard mijn best op school. Het was niet makkelijk om én thuis neergehaald te worden én op school.

Mijn humanioratijd was één lange overlevingsstrijd. Mijn punten waren niet denderend. Voor taal wel. Nederlands, Frans, Engels, Duits,….Het ging allemaal zeer vlot. Al de rest was met de hakken over de sloot. Het valt niet mee om alle leerstof tot je op te nemen als je ook heel veel energie moet steken in het incasseren van pestgedrag.

Ik ben nooit echt aanvaard in de klas waarin ik zat. De laatste drie jaren van mijn humanioratijd waren vreselijk. En ik heb elke dag afgeteld. Ik was niet echt een ruziezoeker. Eerder een loner. Ik had bij wijlen wel een vriendin bij wie ik steun kon vinden (dankjewel E. en L. ) maar, afhankelijk van hoe er met de klasindelingen werd geschoven en verschoven, verdwenen en kwamen de tijdelijke vrienden sporadisch.

Ik werd gepest. Ik werd uitgesloten. Ik werd uitgelachen.

Er waren twee categorieën van pesters. Die die echt pur sang beroepspester waren. En die die meededen om niet uit de boot te vallen. Kortweg: de lafaards.

De ergste soort waren “die van de Latijnse”. Velen van hen waren best OK. Maar de meesten hadden het hoog in hun bol en waren ronduit gemeen. En dan vooral de meisjes.  Ik zou ze hier met plezier bij naam noemen. Zij die mij briefjes stuurden waarop stond hoe lelijk ik was, wat voor lelijke kleren ik droeg, hoe stom ik was omdat ik geen Latijnse deed. Zij die mijn boekentas verstopten zodat ik te laat thuis kwam en ook thuis nog eens gestraft werd hiervoor door mijn moeder. Zij die mijn fiets vernielden, die me in de toiletten opsloten….

Ik heb die briefjes nog steeds. Ik ken jullie allemaal nog bij naam en achternaam.

Dus dat waren de mensen van “De Latijnse”. Zij die geacht waren wat slimmer te zijn dan de rest van het jonge gepeupel. Zij die later geacht werden dokter te worden of advocaat….Je weet wel….Het soort mensen van wie je zou verwachten dat ze empathie in zich hebben. Dat, dat waren die pesters.

Soort nummer twee was het soort bij wie ik in de klas zat en bij wie ik 3 ellendige jaren moest doorbrengen. Ik heb ze overleefd. Indien iemand van jullie dit nu leest dan zal je allicht weten dat het over jou gaat. Of je weet het niet en je had niet door hoe hard je mij gepest hebt.

De prefect noemde onze klas inderdaad een moeilijke en “slechte” klas. Maar wat was ik daarmee? Er werd niks gedaan aan pestgedrag. Suck it in, girl and move on! Zeker in een katholieke school. Alsof God Himself het ging komen oplossen.

Dus, afgezien van een paar uitzonderingen en fijne mensen tijdens mijn schooltijd waren er een heleboel bullebakken bij die me het leven zuur gemaakt hebben. Waarom? Dat weet ik niet. Misschien was ik niet mondig genoeg. Misschien niet mooi genoeg vergeleken met de andere meisjes in de klas. Misschien niet stout genoeg. Ik was en ben nog steeds een regeltjesvolger. Het soort mens dat écht wacht met de straat over te steken tot het groen is. Snap je?

Met uitzondering van hier en daar een soort van vriendin heeft die schooltijd er zwaar ingehakt.

Het grappige is nu dat veel van de personen die me toen gepest hebben nu ook te zien zijn op Facebook. Inclusief hun kroost. Inclusief vurig pleitend tegen pestgedrag. Allicht herinneren ze zich niet hoe ze zelf waren vroeger.

Maar, genoeg met het geweeklaag nu.

Iets moois.

Een paar jaar geleden kreeg ik een Facebook vriendschapsverzoek van één van de hoofdpesters van mijn klas. Hij stuurde mij ook apart een bericht met de vraag of ik hem even kon toevoegen omdat hij me iets te zeggen had. Zo, na 30 jaar,….out of the blue. Ik dacht, “ach waarom niet, ik kan hem evengoed meteen weer ontvrienden.”  Zo gaat dat nu, in de moderne tijd.

Verrassend genoeg was die etterbak van toen veranderd in een aangename man die zelf kinderen had. Het feit dat zijn kind zelf gepest werd op school had hem doen inzien wat hij mij had aangedaan in onze adolescentie tijd. Hij heeft zich uitgebreid verontschuldigd. Voor alles.

Ik vond dat heel moedig van hem. Het deed er niet meer toe dat hij er 30 jaar over gedaan had om zich te realiseren dat pesten niet OK is. Het belangrijkste was dat het inzicht was gekomen. En dat hij de moed had gevonden om mij daarover te contacteren en zich te verontschuldigen. Hij zei ook dat hij hoopte dat de anderen van de groep ook ooit tot dat inzicht zouden komen. Dat vond ik mooi.

De bevrijding.

Na mijn middelbare school ging ik naar de hogeschool, ik studeerde af met brio, ik startte met werken, ging alleen wonen, had leuke vrienden en goeie collega’s met wie ik nu nog steeds contact heb. Dat was een verademing.

Dus geen schoolpesters meer. En mijn moeder was ook al komen te gaan.

Heerlijk, de geur van het kunnen zijn, het opsnuiven van vrijheid, het krijgen van bevestiging, het voldoening vinden in je job…Heerlijk, toch?

Het jarenlange pesten op school en de toxische relatie met mijn moeder hebben me sterk gemaakt. Ik heb brede schouders. Ik weet wie ik ben en voor wat ik sta. Ik weet wat mijn kwaliteiten en werkpunten zijn. Ik weet dat ik het waard ben. En niemand, niemand zal me ooit nog klein krijgen.

Dat probeer ik ook aan mijn dochter mee te geven. Ze is nu 16. En ze heeft ook haar portie pesten al meegekregen. Mijn dochter is Aziatisch. Ze heeft al vaker de gevleugelde woorden “Stomme Chinees” of “gij hebt rare ogen” naar zich toegegooid gekregen. Ik probeer dat dan te plaatsen binnen het kader dat die pesters dan niet van de slimste zijn. Ze is niet eens van China. Ze is van Kazakhstan. Er liggen toch wel een paar kilometers tussen die twee landen. Misschien even checken, pesters.

Ze heeft de mooiste ogen, koolzwart, met lange zwarte wimpers. Helaas moeten jullie, pesters, het dan doen met kleine varkensoogjes. Het moet niet makkelijk zijn om zo door het leven te gaan. Dus ik begrijp jullie frustratie.

Het probleem is dat pesters vaak zelf niet doorhebben welke impact ze kunnen hebben op het verdere verloop van iemands leven. Gelukkig komen de meesten van ons, de gepesten, er ofwel ongeschonden ofwel een pak sterker uit.

Helaas loopt het voor veel kinderen en jongeren maar ook mentaal minder weerbare volwassenen fout af.

Een paar vragen voor de pesters.

Hoe voelt dat eigenlijk, iemand pesten? Geeft jullie dat een beetje meer eigenwaarde die jullie zelf om gekende of ongekende redenen onderweg ergens zijn kwijtgeraakt? Kicken jullie daarop? Ik weet het niet…

Maar beseffen jullie wat jullie zielige gedrag kan veroorzaken? Beseffen jullie dat jullie het leven van iemand anders kunnen kapotmaken? Dat jullie gedrag kan leiden tot die persoon zijn dood? Vinden jullie het fijn als iemand zelfmoord pleegt omdat jullie het niet konden laten om hem of haar te vernederen in het openbaar, op de werkplek of op Social Media? Zijn jullie trots op jullie zelf?

 

Een woordje voor jou. Jij die gepest wordt.

Indien jij iemand bent die gepest wordt: besef alsjeblieft dat jij NIET het probleem bent.

Jou treft GEEN schuld.

Het is OK om anders te zijn. Het is OK om er niet perfect uit te zien. Het is OK om prachtig rood haar te hebben. Het is OK om niet hetero te zijn. Het is OK om te zijn wie je bent. Jij bent OK!

Indien jij iemand bent die gepest wordt: wees alsjeblieft niet beschaamd. Dit is NIET jouw fout. Durf die stap te zetten om hulp te vragen aan je leerkrachten, aan leerlingenbegeleiders, aan je ouders, aan een vriend of vriendin, aan een collega, aan een verantwoordelijke op het werk, aan de ombudsman… Er zal altijd iemand klaar staan die je zal helpen. Geloof daarin.

Ben je echt verlegen of onzeker dan kan je ook anoniem terecht online bij verschillende instanties.

Hulpverlening:

https://www.watwat.be/pesten/ik-word-gepest-wat-kan-ik-doen

Via deze website kan je met iemand bellen op het nummer 1712 en kan je praten of chatten met een hulpverlener. Durf alsjeblieft die stap te zetten. Weet dat er iemand aan de andere kant van de lijn is die zal luisteren en jou niet zal veroordelen.

 

https://www.stoppestennu.nl/ik-word-gepest

Op deze Nederlandse website kan je veel informatie vinden en filmpjes die jou zullen helpen indien je gepest wordt.

 

https://www.noknok.be/links

Op deze pagina vind je een reeks hulpinstanties die zeker de moeite waard kunnen zijn. Je vindt hier lieve, deskundige mensen die naar jou zullen luisteren en proberen hulp te bieden.

 

Geloof me, ik heb zelf veel steun gehad aan de mensen van de instanties hierboven. Ook voor ouders van kinderen die gepest worden zijn ze een grote meerwaarde.

 

Laat pesters je leven niet beheersen. Het is NIET jouw schuld. Probeer erboven te staan. Jij staat daarboven. En later…..als jij gelukkig en/of successvol in het leven staat dan mag je eens glimlachen als je de verhalen hoort van hoe het je pesters is vergaan….

En vergeet niet als je de volgende keer in de spiegel kijkt tegen jezelf te zeggen:

 

Liefs,

Tessa

 

Youtubechannel: https://www.youtube.com/channel/UCjBXs12GvTJBpWIshGiRMBA

Instagram:  https://www.instagram.com/hoopnaverlies/

 

 

 

 

 

0 Comments

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

©2021 Hoop Na Verlies | Lovingly designed by Plush

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial

Log in with your credentials

Forgot your details?